Doe-het-zelvers van het licht

pygmalion

Acteurs aan de knoppen in ‘Pygmalion’ van het NNT

door: Marijn van der Jagt, mei 2004

In kleine theaterzalen kijkt niemand er van op als er acteurs aan de knoppen zitten. Dat hoort helemaal bij de doe-het-zelf-mentaliteit van sommige mimers, toneelspelerscollectieven en moderne dansers. Vol in beeld staat er dan ergens op het toneel een ghettoblaster, een tafel met een mengpaneel of een losse laptop. Daar lopen de spelers zo nu en dan heen om het licht of het geluid te veranderen.

Bij Pygmalion van het Noord Nederlands Toneel gaat het er niet zo nonchalant aan toe. Dit is echt een productie voor de grote schouwburgzaal. En toch zien we ook hier spelers die knoppenbedieners worden.
Het toneelbeeld is strak en gestileerd vormgegeven. Decorontwerpster Nelly Blessinga creëerde een hoge, witte ruimte: een halve cirkel van losse panelen, met op het voortoneel een rij pilaren. Geen meubelen en geen rekwisieten – regisseur Koos Terpsta geeft zijn spelers geen enkel houvast. De vele locaties waar het toneelstuk van George Bernard Shaw zich afspeelt – de straat waar professor Higgins zijn volkse bloemenmeisje Eliza tegenkomt, de rijke interieurs waar Eliza spraakles krijgt, de zaal waarin Eliza een declameerwedstrijd wint – worden louter opgeroepen door het spel van de acteurs.

Er staat maar één ding in de kale, witte ruimte. Het lijkt een zuilvormig bijzettafeltje. Pas als één van de acteurs nadrukkelijk met een vinger op het blad van het ‘tafeltje’ tipt, wordt duidelijk wat het is. Het is een knoppenbord waarmee het licht kan worden bediend. Een ‘macro extension board’, aldus Boes Diertens, de techniek-coördinator van deze voorstelling. Op het ‘board’ zitten 24 knopjes, die elk een lichtstand aansturen die opgeslagen is op een lichtcomputer (een Micron Spark Top).
Mede dankzij dit bedieningstafeltje wordt duidelijk hoe belangrijk het licht is bij deze voorstelling. Hoe de scènes van Pygmalion letterlijk worden ‘gekleurd’ door de spots en de filters. De enige kleur in deze voorstelling komt namelijk van het licht. Het decor is wit, en alle kostuums zijn creme of wit, op enkele zwarte accessoires na (zoals de zwarte, islamitische hoofddoek van Eliza).

Toneeldemocratie
De belichting van Henk van der Geest geeft sfeer en betekenis aan dit blanco toneelbeeld. Het licht doet de ruimte veranderen van een exterieur in een interieur, en benadrukt de stemmingswisselingen in het stuk. Koos Terpstra laat het hele stuk vrij hard spelen, de acteurs schreeuwen of preken, zijn verontwaardigd of maken cynische grapjes. Het licht vertelt over de warmte die onder hun harde woorden ligt. Als professor Higgins zijn pupil Eliza kil de deur wijst nadat hij een dame van haar heeft gemaakt, blijft hij stil staan in een volledig leeg decor. De spot die hem vervolgens vangt, laat het publiek voelen hoe eenzaam deze man eigenlijk is.
Dat de acteurs deze kleuren voor een groot deel zelf ‘aanbrengen’, maakt hen een klein beetje doe-het-zelvers. Het past bij deze voorstelling, die ook op een andere manier de traditionele verhoudingen ondergraaft. Alle rollen van het toneelstuk – dat heel duidelijk hoofd- en bijrollen heeft – worden namelijk afwisselend door de acteurs gespeeld. Een staaltje van toneeldemocratie die je niet snel ziet bij zo’n productie voor de grote zaal. Ook bij kleinze zaal-voorstellingen is een dergelijke werkwijze trouwens niet erg gebruikelijk.
Door het bedieningspaneeltje op het decor vervult de belichting ook een rol in het fictieve verhaal. Het tafeltje staat helemaal links op het speelvlak, dicht bij de coulissen. Dat geeft acteurs de mogelijkheid om hun stempel op de scène te drukken, ook als ze uit het centrum van het beeld zijn verdwenen. Als de deftige moeder van professor Higgins verontwaardigd de kamer uitloopt, tikt ze vinnig op het paneel een andere, donkerder getinte lichtstand in, alsof ze de achtergeblevenen in het duister wil zetten. Het paneel wordt op dat moment het technische ‘speeltje’ van een decadent huishouden. Dat komt ook doordat de lichtwisseling via het paneel vaak spectaculair is en supersonisch snel gebeurt. De contrasten in de kleur en de ‘vorm’ van het licht zijn groot, zowel binnen één lichtstand als tussen de opeenvolgende standen. ‘Ik durf het bijna niet te vragen,’ citeert één van de gasten van moeder Higgins een bekende verzekerings-reclame. ‘maar mag ik het éven proberen?’

Versterkt lampengeluid
Tegelijkertijd laat het bedieningspaneel de technische mogelijkheden zien van een goed toegeruste schouwburg. Het publiek in de zaal ziet en hoort hoe in het lichtgrid de machinerie van draaibare spots en verwisselbare filters in werking wordt gezet. Er staan bij het NNT geen laptops of ghettoblasters op het toneel, maar toch wordt ook hier op een Brechtiaanse manier getoond wat de middelen zijn waarmee de theatrale illusie wordt voorgetoverd.
Op een paar dramatische momenten in de voorstelling leeft de actrice die (die avond) Eliza speelt, zich helemaal uit op het lichtpaneeltje. Als Eliza haar leraar Higgins verwijt dat hij helemaal niks aardigs heeft gezegd nadat zij de declameerwedstrijd heeft gewonnen, laat ze het licht een paar keer achter elkaar veranderen. De bonte kleuren die zij oproept, laten het ‘feest’ zien dat Eliza heeft gemist. Het is een hele stille scène. Het enige dat beweegt en volop geluid maakt zijn de lampen boven het toneel.
Dat het publiek de bewegende lampen zo goed hoort is geen toeval. Het geluid dat ze maken is versterkt, vertelt Henk van der Geest. Dat is ontstaan in het repetitielokaal. Van der Geest heeft ervoor gezorgd dat de acteurs in de Machinefabriek, de eigen zaal van het NNT, al zelf met het licht konden ‘spelen’. Ze werkten daar al met wisselende filters voor de lampen, en toen merkten ze dat het geluid van de scroller (de kleurwisselaar) ‘mee bleek te werken in de enscenering’, zoals Van der Geest het uitdrukt. Dat kwam ook doordat de lampen in de Machinefabriek boven de toeschouwers hingen. In de schouwburg was dat geluid veel minder. Om het licht op een vergelijkbare manier een dragende rol te laten vervullen, moesten de draaiende lampen en hun kleurwisselaars worden versterkt.
Net als de andere acteurs van Pygmalion.

door Marijn van der Jagt

Dit artikel verscheen eerder in Zichtlijnen 94 - mei 2004