Een krachtig effectlicht
door: Henk van der Geest, Zichtlijnen, januari 2004
Licht in het theater wordt gebruikt om te sturen: om een serie scènes achter elkaar te onderscheiden of om ze juist aaneen te smeden. Om een dramatisch effect te bereiken. Ook de manier waarop we de protagonisten zien – de acteurs, de zangers, de dansers – en waarop we ons gewaar worden van de omgeving waarin zij zich bevinden wordt door het licht bepaald. Dat alles wordt bewerkstelligd door manipulatie van het licht: bundeling, kleur, invalshoek, lichtsterkte en dynamiek door lichtveranderingen.
Er is een duidelijk onderscheid tussen verschillende functies van licht. Speellicht en effectlicht vloeien soms voort uit dezelfde bron, maar beogen niet hetzelfde doel. Speellicht is licht dat op de huid van de acteur zit. Om een gezond effect te bewerkstelligen zal dit licht een natuurlijke teint teweeg moeten brengen. HMI is kunstmatig daglicht. Daglicht is kil maar geeft wel een natuurlijk resultaat. Waarom komt het dan niet altijd goed over? Ook bij TL zijn er een aantal lichtkleuren die op de huid geen goede werking hebben. Om van natriumlampen maar niet te spreken. Nogal snel is halogeenlicht door de kleur op de huid het meest aangewezen licht.
Door het gebrek aan goede kleurweergave van de meeste gasontladingslampen is het toepassen hiervan als speellicht geen goed idee. Daarom beperk ik het gebruik ervan het liefst tot effectlicht.
Op het moment dat de HMI lamp in een profielschijnwerper ingebouwd wordt ontstaat echter een geschikte felle spot die om zijn aard vaak alleen maar als effect toegepast wordt. Als volgspot, op het gezicht van de speler, maar wel in kleur gecorrigeerd. Andere gasontladingslampen komen door hun karakter niet voor het inbouwen in schijnwerpers in aanmerking. Een TL-buis geeft een te verspreid zacht licht om te kunnen bundelen en ook de boog van een natriumlamp is te groot om in een optisch systeem tot een bundel gericht te kunnen worden.
Door de efficiëntie in het opwekken van licht is de gasontladingslamp bij uitstek geschikt om als grote lichtbron te fungeren. Veel licht dat uit één bron komt en waarmee grote vlakken kunnen worden uitgelicht. Voor bepaalde decors geeft dat een geweldig effect.
Niet manipuleerbaar
Het toepassen van gasontladingslampen leidt tot een andere manier van belichten die minder afhankelijk is van de kwaliteiten die men doorgaans aan belichters stelt: het goed stellen en het maken van een grote serie lichtstanden. Het is belangrijker om het armatuur op de juiste plaats te hangen dan dat het licht precies gesteld is omdat de bundel toch niet of nauwelijks manipuleerbaar is. Het is een effect waarbij meer aandacht gaat naar de juiste inpassing van het licht in de ruimte dan naar het spel van de acteurs.
Het manipuleren van licht, dat wil zeggen het geconcentreerd belichten met nauw gestelde bundels is meer het primaat van conventioneel licht. Goed stellen, het maken van perfecte lichtovergangen en het uitkienen van perfecte kleurcombinaties is een ervaring die er minder toe doet bij de toepassing van gasontladingslampen.
In mijn visie is van de gasontladingslampen alleen de HMI geschikt voor toepassing bij het belichten van acteurs. Daarom ben ik op zoek gegaan naar compacte HMI profielschijnwerpers. Er bestaat een firma die HMI 575 lampen in een ‘Source Four’ bouwt (Inno Four) met ingebouwde mechanische dimmer op DMX en de mogelijkheid om een scroller te monteren. Met dit soort schijnwerpers is een geweldig compact lichtplan te creëren met grote helderheid en uitgebreide kleurmogelijkheden.
Helaas heeft niemand deze schijnwerpers in Nederland tot zijn beschikking. De investeringen zijn de laatste jaren in bewegend licht gaan zitten. Dat is ten koste gegaan van dit soort vernieuwingen.
Een keus met beperkingen
Max Keller staat bekend om zijn lichtontwerpen met uitgebreide toepassing van high-tech uitgevoerde HMI schijnwerpers, met jaloeziedimmers en scrollers. Vanuit zijn positie in een (rijk) theater en met behulp van fabrikanten heeft hij bij kunnen dragen aan de ontwikkeling van het materiaal dat hij gebruikt om zijn licht te kunnen verwezenlijken. In een voorstelling past hij bijvoorbeeld 72 stuks 2,5kW en 4kW HMI’s toe, waarbij de ballasten in een ruimte buiten het toneel geplaatst worden om het geluid ervan af te schermen. Er zijn in Nederland helaas weinig gezelschappen die de mogelijkheid hebben om een dergelijk project te bekostigen, laat staan om ermee te kunnen reizen.
In Nederland kun je niet anders dan hiervoor bewegend licht in zetten. Dat heeft echter een onmiskenbaar andere kwaliteit. In de meeste bewegende schijnwerpers wordt weliswaar een gasontladingslamp toegepast maar helaas niet altijd een HMI. Deze lampen worden daarna door dichroïde kleurfilters gekleurd. Deze combinatie leidt tot nogal grove kleurstellingen die ook onmiddellijk opvallen als neveneffect van bewegend licht. De combinatie van dit licht met conventionele schijnwerpers en gebruik van de subtiele filters van Lee en Rosco slaat in dat geval nergens meer op.
Als lichtontwerper sta je elke keer weer voor de keuze van het toe te passen materiaal. Natuurlijk heb je voorkeuren, maar door de beschikbaarheid van het materiaal wordt je in je keuzevrijheid ook nog wel eens beperkt. Een keus voor gasontladingslampen is voor een lichtontwerper een keus die beperkingen stelt. Wanneer lichtregeling (dimmen) in een voorstelling belangrijk is, en dat is meestal het geval, dan is de consequentie om dit licht mechanisch te dimmen. Hoewel dat niet altijd een vloeiend karakter heeft is het wel een essentieel accessoire.
Als effect heeft het licht van gasontladingslampen zijn eigen kracht en pas ik het toe op momenten dat er geen ander instrument beschikbaar is.
Voor het uitvoeren van het lichtplan betekent het dat het materiaal zwaarder is maar dat meestal minder armaturen toegepast worden. Ook het hele kabelplan is totaal anders bij een uitgebreid lichtplan dat gebaseerd is op gasontladingslampen. In vergelijking met conventioneel licht is er ook andere ervaring en handigheid noodzakelijk. Meer die van de film en televisie. Er zijn met straatlantaarns minder standen te verzinnen dus ook op dat gebied is minder handigheid en ervaring nodig.
Om kort te gaan: gasontladingslicht is ongenuanceerd – maar dat is dan ook vaak de bedoeling.
Dit artikel verscheen eerder in Zichtlijnen 92 - januari 2004
