Haute Lumière in de Volkskrant
Lichtontwerpers – voor theater, opera of concerten – moesten tot voor kort hun vak in de praktijk leren. Maar sinds een jaar is er het instituut Lichtontwerpen. Want het vakgebied strekt zich uit – naar musea, architectuur en de openbare ruimte. ‘Nederland loopt achter op het buitenland.’ door Anneke Stoffelen.
website volkskrant
(complete versie in attachment)
Het instituut wil het beroep van lichtontwerper professionaliseren en biedt daartoe sinds bijna een jaar een opleiding aan. Want wie iets wil leren over de techniek van licht kan terecht bij bijvoorbeeld de hbo-opleiding Theater & Techniek, maar een opleiding gericht op de creatieve kant bestond in Nederland nog niet.
De meeste lichtontwerpers leerden het vak daarom in de praktijk. Ze begonnen ooit als technicus bij een theatergezelschap met het ophangen van spots en het aansluiten van kabeltjes. Een technicus voert voornamelijk uit wat bedacht is door een ander – de regisseur of, als die er is, de lichtontwerper. Naarmate een technicus meer talent en ervaring heeft, groeit zijn artistieke invloed op de voorstelling. En idealiter ontwikkelt hij zich dan tot lichtontwerper die vooral de plannen maakt die technici uitvoeren.
Maar dat carrièrepad is tegenwoordig steeds moeilijker te bewandelen, bemerkte Henk van der Geest, initiatiefnemer van het instituut Lichtontwerpen. Als lichtontwerper werkte hij de afgelopen 35 jaar voor onder meer de Nederlandse Opera, Toneelgroep Amsterdam en diverse musea. ‘De techniek heeft inmiddels zo’n vlucht genomen, met LED en digitaal licht, dat het al veel kennis vergt om dat deel van het vak te beheersen. Er zijn maar weinig technici die vervolgens ook nog de sprong naar artistiek lichtontwerper maken. Er ontstaat nu een grotere scheiding tussen de technische en de creatieve kant van licht. En juist die kant willen wij met het instituut professionaliseren.’
‘Haute lumière’ en ‘confectie’ – zo duidt Van der Geest het onderscheid aan tussen artistieke lichtontwerpen en licht gecreëerd door een technicus. ‘Dat laatste is vooral het op elkaar stapelen van effecten door iemand die weet hoe de knopjes werken. Het is niet zo moeilijk bij een show te imponeren met grote spotlights of snelle kleurwisselingen.’ Maar een goed lichtontwerper geeft met zijn licht inhoud aan een voorstelling: het effect is niet op zichzelf staand, maar stuurt de emotie van het publiek, creëert een sfeer en zet de gebeurtenissen op het podium niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk in een ander licht. Dat kan door kleur, maar ook door bepaalde personages voor het voetlicht te plaatsen of te werken met dramatische schaduwen. ‘Daarvoor heb je mensen nodig die inhoudelijk kunnen nadenken over licht.’
