LED’s go

leds go1.jpg

Nieuwe lichttechnologie vindt zijn weg in het theater

door: Henk van der Geest, Zichtlijnen september 2003

LED is het magische nieuwe toverwoord op lichtgebied. Zichtlijnen heeft al eerder een aantal artikelen aan dit fenomeen gewijd. Op iedere theaterbeurs zie je dat meer fabrikanten zich op de LED storten en armaturen met deze technologie presenteren. Tijd voor een inventariserend onderzoek naar de huidige stand van zaken. Is de LED rijp voor het theater?

Wanneer je de Engelse firma James Thomas Engineering mag geloven is LED er inmiddels aan toe om een volwaardige plek in het theater te gaan innemen. Na eerdere presentaties op de ABTT en de Plasa toonde dit bedrijf op de laatste Showtech in Berlijn de 'PixelPar' en de 'PixelLine', armaturen in behuizingen die wij kennen als de PAR 64 en de striplight. Van deze PAR wordt beweerd dat de lichtsterkte inmiddels één derde van de lichtsterkte van een normale PAR heeft bereikt. Dat is aardig maar nog niet genoeg om het inmiddels klassieke werkpaard voor de meeste productie, de PAR, op de schroothoop te gooien.
Even wat meer details van de armaturen die James Thomas Engineering op de markt heeft gebracht.
- De PixelPAR 87 zit in het huis van de PAR 36 en heeft 27 rode, 30 groene en 30 blauwe LED’s. De bundelbreedte is 20x24°. Het vermogen is 8W. - Bij de PixelPar 660 is uitgegaan van het huis van de PAR 64. Er zijn 220 rode, 220 groene en 216 blauwe lampjes in verwerkt. Het opgenomen vermogen is 80W bij maximale uitsturing. De aansturing van de kleuren kan grof of fijn ingesteld worden, wat betekent 8 of 12 bits, en vraagt afhankelijk daarvan 3 of 6 DMX-kanalen.
- De PixelLine is een striplight van 1,20 m lang en ziet er ongeveer uit zoals de versie met dichroïde halogeenlampjes. De strips kunnen in een continue lijn aan elkaar gemonteerd worden waardoor een ononderbroken lijn van licht ontstaat. In deze bak zitten 360 blauwe, 360 groene en 324 rode LED’s verwerkt in 18 separate modules. Het armatuur verbruikt een maximaal vermogen van 150W en kan worden aangesloten op voedingen van 70 tot 250V. Er zijn veel mogelijkheden om de sturing te programmeren. Zo kan één strip op 54 DMX-kanalen aangesloten worden, waardoor van iedere module separaat drie kleuren aan te sturen zijn, zodat er een looplicht te maken is. De minimale aansturing is met 9 kanalen die dan ieder 6 modules in drie kleuren aansturen. De striplight heeft dus heel wat 'intelligentie' in huis, Deze bestaat ook uit voorgeprogrammeerde sequenties, zodat de armaturen ook zonder DMX-sturing toegepast kunnen worden.

Nieuwe technologie in oude armaturen
De zojuist genoemde producten vormen een voorbeeld van LED-technologie die voor het theater bruikbaar geworden is. Grappig is dat nieuwe technologie altijd via de dan bekende conventies ingevoerd wordt. Fabrikanten zijn niet creatiever dan dat ze nieuwe technologie in oude apparatuur stoppen. Zoals het elektrisch licht de gaspitten verving in dezelfde monturen, zo wordt ook de LED-technologie ingevoerd via de bekende armaturen. Pas wanneer deze toepassing breed gedragen wordt staan ons nieuwe armaturen te wachten.
Een noviteit die al in maart in de nieuwsbrief van Zichtlijnen aangekondigd werd, is dat de eerste bewegend licht-schijnwerper op basis van LED’s hier in Nederland is ontwikkeld en wordt geproduceerd. De 'Droplet' van de firma Xilver in Maastricht heeft deze eer. Ook in dit geval is de intensiteit niet gebaseerd op gebruik in het theater als vervanging van de schijnwerpers die we nu hebben, want de intensiteit is gelijk aan een 50W halogeenlampje. Het is in dit geval meer zo dat de technologie uit het theater ook daarbuiten toegepast wordt. De bundelgrootte is 10° en er zijn lenzen van 18° en 30°. De sturing is door middel van 12 DMX-kanalen die in 'reduced mode' tot 8 kanalen gereduceerd kunnen worden. Het maximaal opgenomen vermogen is 35W (inclusief motoren). Op de website wordt trots vermeld dat bij de huldiging van Koning Albert in België onder andere honderd Droplets zijn toegepast. Dus over mijn opmerking over de ongeschiktheid voor theater twijfel ik nu al.

De voordelen
Waarom zouden we onze bekende schijnwerpers vervangen voor met LED’s uitgevoerde apparatuur? Ik zal de voordelen van LED’s nog eens op een rijtje zetten. De meest belangrijke troef is het lage energiegebruik. Alleen al uit dat oogpunt is het onontkoombaar dat naar deze techniek gekeken moet worden. Door de efficiëntie wordt de verbruikte energie bijna geheel in licht omgezet. Dit betekent onder meer dat zowel weinig warmte (infrarood) als UV-straling ontwikkeld wordt. Een ander voordeel is dat de lichtbron heel lang meegaat. Bij goed gebruik wel 100.000 uur. Naast de lagere kosten voor energie kan dus ook op de kosten van het wisselen van lampen belangrijk bespaard worden. Niet alleen de vervangingsprijs van de lamp maar ook de arbeid voor het vervangen moet daarbij gerekend worden. Er kan in dit opzicht zonder meer gesproken worden van een betere betrouwbaarheid. Die is bovendien hoog door de schok- en trillingsbestendigheid – een aspect dat nog eens versterkt wordt door het ontbreken van mechanische onderdelen aan de lichtbron. Er is niets zo vervelend als een lamp die het niet doet, zeker niet wanneer die lamp een belangrijke functie heeft en vervangen daarvan tussen het moment van ontdekken en het moment dat hij gebruikt wordt onmogelijk is. De levensduur van LED’s wordt in het algemeen gesteld op 100.000 uur, 50 tot 100 keer de normale levensduur van een conventionele lamp.
LED’s worden standaard geproduceerd in drie kleuren: rood, groen en blauw. Het gevolg daarvan is dat de kleur door aansturing van de lampjes bepaald wordt. Kleur wordt op deze manier niet bereikt door licht (= energie) weg te nemen maar juist door kleur toe te voegen, precies zoveel als voor de gewenste kleur nodig is. Aangezien LED’s lineair dimbaar zijn kunnen op die manier alle kleuren via de RGB-methode (de kleurentelevisie) bereikt worden. De meeste configuraties waarin LED’s voorkomen zijn dan ook DMX-aanstuurbaar.
Overigens zijn witte LED’s ook beschikbaar, maar daarbij wordt van UV-licht door fosfors, net als bij TL-buizen, zichtbaar wit licht gemaakt.
De genoemde eigenschappen van LED’s leiden weer tot een aantal voordelige nevenaspecten. De bekabeling kan veel eenvoudiger zijn, doordat het totale vermogen veel geringer is. Dimmers zitten in de voorschakelapparatuur, die rechtstreeks DMX gevoed wordt, waarmee ook externe dimmers overbodig zijn. Het gebruik van kleurfilters is onnodig geworden - voor de lichtontwerper maar ook voor de technici alleen maar gemakkelijker! De armaturen kunnen klein en compact zijn en de lichtbronnen kunnen tegen een stootje.

Een andere manier van belichten
Natuurlijk zijn er ook wel negatieve aspecten te noemen, maar die hebben meer met onbekendheid dan met de technologie zelf te maken. Het is (nog) niet zo dat LED’s probleemloos uit te wisselen zijn met conventionele lampen. Er moeten nieuwe armaturen voor ontwikkeld worden. Dat probleem hebben we ook gehad met de introductie van de laagspanning-halogeenlamp. De hoge aanschafprijs is een obstakel dat nu eenmaal aan nieuwe technologie hangt.
Pas in het gebruik zal de ontwikkeling op gang komen en de toepassing van dit licht zal daardoor veranderen. De manier van belichten verandert. Bij interieurverlichting is dat al het geval. De vraag is of en wanneer wij de bekende wapperlampen thuis zullen laten en de conventionele installatie geheel vergeten. Dat moment is nog niet gekomen. Het vraagt om een nieuwe benadering van theaterlicht, mogelijk meer filmisch of meer architectonisch.
In ieder geval zal LED het kleurgebruik stimuleren. Eerst zal LED-licht toegepast worden als een aanvulling op de bestaande manier van werken. Ontwerpers zullen er mee aan de slag gaan en nieuwe toepassingen ontdekken. Zij zullen aan de wieg staan van nieuwe ontwikkelingen in aanpak en sturing geven aan de ontwikkeling van nieuwe vormen van theaterlicht, zowel in concept als in armatuurontwerp.
LED’s zijn echter al geïnfiltreerd in het theater. Verlichting langs looppaden en trappen en de moderne uitbordjes zijn daar voorbeelden van. De zaklantaarns van technici en fietslampjes die verwerkt worden in een kostuum zijn al meer in gebruik op het toneel. 'Mijnwerkerslampjes' die belichters gebruiken bij het stellen hebben twee voordelen: de belichter op de brug kan zien waar hij mee bezig is en de belichter op de vloer ziet waar de belichter op de brug zich bevindt!

meer info www.xilver.nl, www.pixelPAR.com, www.lagoled.nl, www.triolight.nl, www.accentlight.com en www.superbrightled.com

Dit artikel verscheen eerder in 01 September 2003