licht voor architectuur
Een geraffineerde belichting geeft op een theatrale manier inhoud aan de ruimtelijkheid en functie van het gebouw.

algemene uitgangspunten
Het theatraal omgaan met licht is ook in de architectuur steeds gebruikelijker. De aanpak daarbij is echter wezenlijk anders dan bij een theatervoorstelling. De grootste verschillen liggen in de integratie van licht in het gebouw en in de esthetische eenheid met de architectuur. Ook wordt veel meer aandacht besteed aan energieverbruik en onderhoud.
In elke ruimte bepaalt het licht in hoge mate de sfeer. Dat begint met de invloed van het daglicht. Het theatraal belichten van (openbare) ruimten dient met zorg, kennis en kunde uitgevoerd te worden; kennis van het theatrale van licht en van de technische middelen die daarbij toegepast dienen te worden.
Uitgangspunt voor licht in de architectuur is om een specifieke belichting per ruimte te bepalen zonder de algemene samenhang uit het oog te verliezen. Licht ondersteunt de beleving van een ruimte en stuurt de bezoeker, richt de aandacht op de schoonheid of het bijzondere van de details. Dan is licht weer helder en allesomvattend, dan is het weer de schaduw die diepte en ruimtelijkheid laat zien. Door licht oriënteert de mens zich op een natuurlijke manier.

Er zijn meerdere functies die het licht naast elkaar kan vervullen, o.a.:
- het aantrekkelijk maken van de ruimte en het verblijf erin
- het creëren van een specifieke sfeer
- details zichtbaar maken
- licht voor routing en oriëntatie.
De belichting ondersteunt met functionaliteit waar dat nodig is en voegt aan de inrichting dramatiek toe waar dat gewenst is. Daarbij dient op geraffineerde wijze de delicate en soms conflicterende balans tussen functie en theatraliteit - tussen esthetiek en het gebruik van de ruimte - gevonden te worden.
