Slaapkamerlampjes in de marmeren eetzaal

salzburg

Lichtworkshop in het Salzburg Seminar

door: Henk van der Geest, maart 2004

Op verzoek van Kenton Yeager, studieleider lichtontwerpen van de theaterafdeling aan de Universiteit van Tennessee, gaf Henk van der Geest een workshop aan studenten van deze opleiding, tijdens hun verblijf bij het Salzburg Seminar in januari van dit jaar. En op verzoek van Zichtlijnen doet hij in onderstaande bijdrage verslag van zijn bevindingen.

Waar het Schloss Leopoldskron, iets buiten het centum van Salzburg gelegen, normaliter bevolkt wordt door de groten der aarde tijdens hun debatten op economisch, juridisch en staatkundig terrein, daar werd die plek begin dit jaar ingenomen door de theaterafdeling van de universiteit van Tennessee. Studenten licht, decor en kostuum en acteurs waren neergestreken in het voormalige paleis van Max Reinhardt, de fameuze regisseur die de Salzburger Festspiele op poten heeft gezet in de jaren twintig van de vorige eeuw.
Max Reinhardt had het paleis van de gemeentebestuurders gekregen om hem ertoe over te halen hun slapende stadje een culturele injectie te geven. Hij werd uiteindelijk door de nazi’s verdreven en die op hun beurt door de Amerikanen. Zij maakten van het slot een culturele voorpost van waaruit ze internationale debatten opzetten en culturele uitwisseling propageren. Sinds die tijd doet het dienst als huisvesting van het Salzburg Seminar. Het interieur is ongelooflijk mooi bewaard gebleven, enerzijds rococo, de stijl van het gebouw en de omgeving; anderzijds in een eclectische stijl die er door Reinhardt in gebracht is. Het heeft gemoderniseerde vertrekken die dienst doen als werkruimten, congreszalen en dergelijke, maar ook een prachtige bibliotheek, een Chinese zaal, een Venetiaanse zaal (door Reinhardt geheel ingericht om te schitteren met kaarslicht) en zo meer.
Een schitterende welhaast sprookjesachtige omgeving, geheel buiten de realiteit van alledag, die inspireert om met buitengewone energie op zoek te gaan naar nieuwe inzichten en standpunten. Gezien mijn portfolio werd besloten ons te richten op het theatrale gebruik van licht in de architectuur. Uiteraard werd begonnen met het bestuderen van veel visueel materiaal, om te analyseren wat het theatrale aspect inhoudt in de architectuur en waar architectuur kansen biedt voor een theatrale keuze van lichtdramatiek. In de daarop volgende praktische sessies bleek het gebouw een schat aan studiemateriaal en inspiratie te verschaffen.

Incidenten
Wanneer je echter een opdracht geeft wil je ook echt uitvoering geven aan de ideeën die er ontstaan. De keuze om ons te beperken tot het toepassen van middelen die we ter plaatse vonden bleek te leiden tot waanzinnig interessante en rijke lichtplannen. In een conferentieoord zijn dia- en overheadprojectoren in ruime mate aanwezig. Ook een paar bouwlampen waren te vinden. Niet in de laatste plaats bleken zich in de opslag ook nog wat staande halogeenlampen te bevinden en tenslotte bleken ook de schemerlampen naast het bed bruikbaar belichtingsmateriaal te zijn. Er werden buitengewoon creatieve oplossingen gevonden. Overheadsheets werden met markerstiften tot kleurfilters bewerkt. Ook een aantal peertjes ontkwam niet aan een kleurbad voordat ze naar tevredenheid toegepast konden worden. De flessen spraakwater, waterglazen, pushpins en paperclips ontkwamen niet aan oneigenlijk gebruik als projectiemateriaal.
Om tot een concreet resultaat te komen aan het eind van de workshop besloten we ‘incidenten’ en ‘lichtinstallaties’ te maken in het paleis, en de hele ploeg studenten mee te nemen op een toer om ons werk te presenteren.
De gasten werden ontvangen in onze werkruimte, die was omgetoverd in een lounge door middel van overheadprojectoren met glazen op een vel met uitgeknipte gaten zodat alleen de optische vertekening van de waterglazen geprojecteerd werd. Een diaprojector scheen over de tafel, die voor de gelegenheid opgetuigd was met een regiment flessen die zo waren opgesteld dat ze nooit in een schaduw stonden.
De ronde leidde naar de marmeren zaal, de grootste ruimte in het slot, die fungeert als eetzaal. Buiten het dimmen van de lampen in de kronen werden ook een aantal lampen losgedraaid om tot de juiste minimale lichtwaarde te komen. In de schouwen waren kandelaars geplaatst die dit bijzondere detail accentueerden. Maar de grootste ingreep in de ruime waren halogeenlampen die zeer dicht bij gouden versiering op de kolommen op de omloop waren geplaatst, waardoor de ruimte een heel andere definitie kreeg: meer hoogte, meer ruimtelijkheid. Tenslotte waren op consoles in de hoeken bedlampjes met gekleurde lampen geplaatst die een verrassend effect gaven doordat de lamp een andere kleur had dan het licht dat in de hoek schijnt.
Het volgende incident was het trappenhuis. Het publiek keek vanuit de kern van beneden naar boven en zag in de cartouche van het plafond een projectie van bubbelende bellen. Een overheadprojector met daarin een schaal waarin vers koolzuurhoudend bronwater gegoten was (altijd aanwezig in een conferentieoord) toonde de grappige groter wordende en uiteenspattende bellen tegen het plafond. Een paar bouwlampen met blauwe kleur maakten het geheel af.
Aan het eind van de rondgang belandden we in de Venetiaanse kamer, waar voor de gelegenheid alle kaarsen ontstoken waren. Niet alleen in de kroonluchter, maar ook op de consoles voor de vele spiegels brandden kaarsen. Een hulde aan het gebouw en aan degene die dat lang voor ons bedacht had: Max Reinhardt.
Met medeneming van een paar flessen heerlijk rood vocht werd de presentatie afgesloten en kon de nabespreking een aangevang nemen...

Voor informatie over het Salzburg Seminar: www.salzburgseminar.org

Dit artikel verscheen eerder in Zichtlijnen